Voeding voor gelijkstroom radiotoestellen

De geisoleerde deksel (deze voorkomt dat de metalen delen die onder spanning staan kunnen worden aangeraakt) is hier verwijderd. Pas steeds goed op met een gelijkstroomnet, het is niet ongevaarlijk!

Na de restauratie van een gelijkstroom radio, zoals bijvoorbeeld de Philips 630C, ontstaat vrij automatisch de wens om zo'n radio weer te laten spelen. Indertijd werd een dergelijk toestel via het netsnoer direct aangesloten op het gelijkstroomnet. Dit soort lichtnetten zijn echter na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk in onbruik geraakt.

Het is echter mogelijk om een kleine omvormer te construeren die de huidige 230 volt wisselspanning omzet in de benodigde 220 volt gelijkspanning. De eisen hiervoor zijn als volgt:

De omvormer dient geen merkbare stoorstraling te veroorzaken waardoor de radio-ontvangst zou kunnen worden gehinderd
De omvormer dient een storingsvrije aardweg te bieden aan het antennesignaal
De omvormer dient een inwendige weerstand van niet meer dan 150 ohm te vertonen, en circa 200 mA te kunnen leveren bij een spanning van ongeveer 220 volt.


Principeschema

De getoonde omvormer werkt als volgt: de nettransformator transformeert de 230 volt netspanning omlaag naar ongeveer 160 volt. Deze wisselspanning wordt via een dubbelzijdige gelijkrichter en een afvlakcondensator omgezet in een gelijkspanning van 220 volt.

Om te voorkomen dat bij een externe kortsluiting de transformator of de gelijkrichter defect raakt is een zekering van 0,5 A in het circuit opgenomen. Verder is over de elco een weerstand geplaatst die deze ontlaadt nadat de voeding is uitgeschakeld. De twee condensatoren van 4,7 nF overbruggen de gelijkrichter en bieden een ongestoord retourpad aan het antennesignaal.

Behalve gelijkstroomtoestellen kunnen eventueel ook universeeltoestellen tot 45 Watt (zoals b.v. de meeste Philips Philetta's en de Tesla Talisman) worden aangesloten op deze voeding. Het is niet wenselijk om wisselstroomtoestellen aan te sluiten op het  gelijkstroomnet, hierdoor kan de nettrafo van zo'n toestel gemakkelijk doorbranden.

Bij het "verkeerd om" aansluiten van een gelijkstroomtoestel zal dit niet kunnen werken. De buizen gloeien wel op, maar de anodespanning is negatief in plaats van positief en er loopt dus geen anodestroom. Bij universeeltoestellen is, door de aanwezigheid van een gelijkrichter, de anodespanning zelfs geheel afwezig bij een verkeerde aansluiting.

Batterijtoestellen mogen niet worden aangesloten op het gelijkstroomnet. De netspanning is in het algemeen gesproken veel te hoog, en er ontstaat een gevaarlijke situatie omdat deze toestellen meestal onvoldoende zijn geïsoleerd. Batterijtoestellen die tevens geschikt zijn voor gelijkstroomnetten (zoals b.v. de Philips 156UBV) kunnen uiteraard wel op deze voeding worden aangesloten.